Conclusie
Het eerste middel
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam verdachte veroordeeld wegens poging tot doodslag tot een gevangenisstraf van negen maanden. Tegen dit arrest is cassatieberoep ingesteld door de raadsman van verdachte.
De kern van het cassatieberoep betreft het ontbreken van het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 19 januari 1996, dat niet in de gedingstukken aanwezig is. Ondanks verzoeken om het proces-verbaal alsnog te verkrijgen, heeft de griffier van het hof bevestigd dat het proces-verbaal niet opgemaakt is en niet meer kan worden hersteld.
De Hoge Raad oordeelt dat dit verzuim zo ernstig is dat het strijdig is met een behoorlijke procesorde en derhalve leidt tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting en van het daarop gebaseerde arrest. Het middel wordt gegrond verklaard en het arrest wordt vernietigd. Een tweede middel wordt niet behandeld vanwege het slagen van het eerste middel.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting door het ontbreken van het proces-verbaal.