ECLI:NL:HR:2013:CA2233
Hoge Raad
- Cassatie
- C. Schaap
- R.J. Koopman
- Th. Groeneveld
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over navorderingsaanslagen en verzoek immateriële schadevergoeding
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen opgelegd over de jaren 1992 tot en met 1996, inclusief een verhoging en heffingsrente. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslagen, maar het hof vernietigde deze uitspraken. Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris gingen in cassatie.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte het verzoek tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn had afgewezen omdat dit verzoek na sluiting van het onderzoek was ingediend. In uitzonderlijke gevallen kan een dergelijk verzoek tot aan het moment van uitspraak worden ingediend.
Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat de Inspecteur bij het opleggen van de navorderingsaanslagen voldoende voortvarendheid had betracht, ondanks het tijdsverloop veroorzaakt door de advocaat van belanghebbende. Het hof had dit onterecht anders beoordeeld.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling, met inachtneming van de overwegingen in dit arrest. Tevens werd de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofuitspraak en verwijst zaak terug voor verdere behandeling, oordeelt over immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.