Conclusie
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
De feiten
3.Het geding in cassatie
4.Immateriële schadevergoeding wegens het overschrijden van de redelijke termijn
BNB2016/140. [15] Uit dit overzichtsarrest volgt onder meer dat bij overschrijding van de redelijke termijn spanning en frustratie wordt verondersteld, zodat aanleiding kan bestaan voor veroordeling van het bestuursorgaan respectievelijk de Staat tot het vergoeden van de daaruit voortvloeiende immateriële schade.
BNB2016/140 (zie onderdeel 4.7), en (ii) recht bestaat op de toekenning van een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van € 500 door de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid). De Raad voor de rechtspraak betoogt – namens de Minister – eveneens dat het Hof ambtshalve had moeten beoordelen of de redelijke termijn was overschreden en dat het Hof dit ten onrechte niet heeft gedaan. Op dit punt zijn partijen het dus met elkaar eens. Dit lijkt mij – gelet op hetgeen ik heb besproken in de onderdelen 4.6 en 4.7 – ook juist.