Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te [plaats],
gevestigd te Leeuwarden,
1.Het geding in feitelijke instantie
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
4.Beslissing
6 september 2013.
Hoge Raad
Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen het plan van toedeling in de ruilverkaveling Baarderadeel. De rechtbank heeft deze bezwaren gedeeltelijk gegrond verklaard en voor het overige ongegrond. Tegen dit vonnis is cassatieberoep ingesteld door eisers.
Volgens artikel 202, aanhef en onder f, in verbinding met artikel 186 van Pro de Landinrichtingswet is tegen een uitspraak van de rechtbank omtrent bezwaren tegen het plan van toedeling geen rechtsmiddel open. De Hoge Raad erkent dat in uitzonderlijke gevallen cassatieberoep ontvankelijk kan zijn, namelijk wanneer fundamentele rechtsbeginselen zijn geschonden of essentiële vormen zijn verzuimd.
Eisers hebben echter geen geldige doorbrekingsgrond aangevoerd. Hun klacht over onvoldoende motivering van het vonnis kan niet worden aangemerkt als een schending van fundamentele rechtsbeginselen. Daarom verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk.
De Hoge Raad veroordeelt eisers tevens in de kosten van het cassatiegeding, begroot op € 781,34 aan verschotten en € 2.200,-- aan salaris. Het arrest is uitgesproken op 6 september 2013 door raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het rechtsmiddelenverbod en het ontbreken van doorbrekingsgronden.