ECLI:NL:HR:2013:CA3845

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juli 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
12/04266
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 2:248 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie in bestuurdersaansprakelijkheid Legal Point B.V.

Deze zaak betreft een cassatieberoep van eiser tegen de arresten van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 8 februari 2011 en 4 oktober 2011, waarin bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW Pro werd vastgesteld ten aanzien van de faillissementen van Legal Point B.V. en aanverwante vennootschappen.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten in het geding en stelt vast dat de aangevoerde klachten in het cassatieberoep niet leiden tot cassatie. Er is geen aanleiding om rechtsvragen te beantwoorden die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt eiser in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee wordt het oordeel van het hof bekrachtigd en blijft de bestuurdersaansprakelijkheid gehandhaafd.

De uitspraak werd gedaan door raadsheren van Buchem-Spapens, Snijders, Polak en in het openbaar uitgesproken door Loth op 12 juli 2013.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de bestuurdersaansprakelijkheid blijft gehandhaafd.

Uitspraak

12 juli 2013
Eerste Kamer
nr. 12/04266
TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes,
t e g e n
Mr. Marcus Cornelis UDINK, in zijn hoedanigheid van curator in de faillissementen van Legal Point B.V., Legal Point Arnhem B.V., Legal Point Rotterdam B.V. en Legal Point Consultancy B.V.,
kantoorhoudende te 's-Gravenhage,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. E.S. Ebels.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de curator.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
het vonnis in de zaak 300745/HA ZA 07-3882 van de rechtbank 's-Gravenhage van 6 mei 2009;
de arresten in de zaak 200.040.788/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 8 februari 2011 en 4 oktober 2011.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de arresten van het hof van 8 februari 2011 en 4 oktober 2011 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding en het anticipatie exploot zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De curator heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3.Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 773,38 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op
12 juli 2013.
.