Uitspraak
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
25 april 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een verzoekster die in het kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) een schuldsaneringsregeling volgde. Na een verlenging van deze regeling zonder dat de schone lei werd verleend, ontstond een boedelachterstand en werd een nieuwe schuld vastgesteld.
De rechtbank Den Haag had op 12 september 2013 een vonnis gewezen en het gerechtshof Den Haag had op 4 februari 2014 een arrest gewezen waarin de beëindiging van de schuldsaneringsregeling werd bevestigd zonder verlening van de schone lei. Verzoekster stelde beroep in cassatie in tegen dit arrest.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere uitspraken van de rechtbank en het hof en overweegt dat de klachten van verzoekster niet leiden tot cassatie, mede omdat deze niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaken. De conclusie van de Advocaat-Generaal was tot verwerping van het verzoek.
Op 25 april 2014 wees de Hoge Raad het arrest waarbij het cassatieberoep werd verworpen en de beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder verlening van de schone lei werd bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder verlening van de schone lei wordt bevestigd.