Uitspraak
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Amsterdamvan 31 mei 2012, nrs. 09/00119 tot en met 09/00123, betreffende navorderingsaanslagen in de onroerendezaakbelastingen.
Hoge Raad
Belanghebbende, eigenares van een hotel te Schiphol, kreeg navorderingsaanslagen onroerendezaakbelasting opgelegd voor de jaren 1998 tot en met 2000. De aanslagen waren gebaseerd op een mutatiebeschikking die de waarde van het hotel vaststelde. Een eerdere mutatiebeschikking was onjuist en vernietigd. De navorderingsaanslagen voor 1998 en 1999 werden opgelegd na de wettelijke termijn.
De Rechtbank en het Hof verklaarden de beroepen ongegrond en handhaafden de navorderingsaanslagen. Belanghebbende stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. Deze oordeelde dat de navorderingsaanslagen voor 1998 en 1999 niet binnen de termijn van artikel 16 AWR Pro waren opgelegd, omdat de mutatiebeschikking geen herziening was van een onjuiste mutatiebeschikking, zodat artikel 18a AWR niet van toepassing was.
De Hoge Raad vernietigde daarom de uitspraken van Hof en Rechtbank en de navorderingsaanslagen voor 1998 en 1999. Tevens werd de gemeente Haarlemmermeer veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten aan belanghebbende. De navorderingsaanslagen voor 2000 bleven buiten beschouwing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de navorderingsaanslagen voor 1998 en 1999 wegens overschrijding van de navorderingstermijn en veroordeelt de gemeente tot vergoeding van proceskosten.