ECLI:NL:HR:2003:AI0922
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- P.J. van Amersfoort
- J.C. van Oven
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van WOZ-waarde na gemeentelijke grenscorrectie en toepassing artikel 19 Wet WOZ
X B.V. was eigenaar van een terrein bestaande uit twee percelen, waarvan één percelen in 1997 door een gemeentelijke grenscorrectie overging naar de gemeente Amsterdam. De waarde van het terrein werd voor 1997-2000 vastgesteld door de Directeur Gemeentebelastingen, waarbij de eerste beschikking werd vernietigd wegens foutieve objectafbakening. Een nieuwe beschikking stelde de waarde vast op ƒ 17.595.000.
X B.V. maakte bezwaar en ging in beroep bij het Hof, dat het beroep ongegrond verklaarde. In cassatie betoogde X B.V. dat de beschikkingen onrechtmatig waren omdat artikel 19 Wet Pro WOZ niet juist werd toegepast en dat het vertrouwensbeginsel werd geschonden.
De Hoge Raad oordeelde dat de waarde moest worden bepaald naar de toestand op 1 januari 1997, waarbij de grenscorrectie als een voorafgaande toestandswijziging werd aangemerkt. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat X B.V. niet kon aannemen dat de beschikkingen betrekking hadden op beide percelen. Ook het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel werd verworpen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van X B.V. wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van het terrein wordt bevestigd.