Uitspraak
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de ontvankelijkheid
4.Beslissing
2 mei 2014.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verzoeker tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam beoordeeld. De zaak betreft een procedure in het kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP).
De Procureur-Generaal heeft betoogd dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard op grond van artikel 80a lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO), omdat verzoeker onvoldoende belang heeft bij de cassatie of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad volgt dit standpunt en oordeelt dat de klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de raadsheren Streefkerk, Snijders en Polak en in het openbaar uitgesproken door raadsheer de Groot.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of gebrek aan cassatiegronden.