ECLI:NL:HR:2014:1073

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 mei 2014
Publicatiedatum
1 mei 2014
Zaaknummer
13/05739
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslagen en heffingsrente

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 16 oktober 2013, waarin hoger beroep was behandeld tegen uitspraken van de rechtbank te ’s-Gravenhage. Het geschil betrof aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor de jaren 2001 en 2002, alsmede premie arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen voor de jaren 2001 tot en met 2003, inclusief beschikkingen over heffingsrente.

De Hoge Raad heeft het middel van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat dit middel niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was nadere motivering niet vereist omdat het middel geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte.

Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de raadsheren Schaap (voorzitter), Fierstra en Groeneveld, en in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2014.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard.

Uitspraak

2 mei 2014
Nr. 13/05739
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 16 oktober 2013, nrs. BK-12/00667 t/m BK-12/00671, op de hoger beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken van de Rechtbank te ’s-Gravenhage (nrs. AWB 10/1130, AWB 10/1131, AWB 10/1129, AWB 10/1410 en AWB10/1412) betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2001 en 2002 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en voor de jaren 2001 tot en met 2003 opgelegde aanslagen in de premie arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, alsmede de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2014.