Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
13 mei 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor opzetheling. Verdachte had een Land Rover met valse kentekenplaten bij een dealer achtergelaten en een BMW van die dealer verduisterd.
Het hof concludeerde dat het onwaarschijnlijk was dat verdachte niet wist dat de Land Rover een door misdrijf verkregen goed betrof, mede omdat verdachte de auto niet kwam ophalen en valse kentekenplaten gebruikte. Het hof baseerde zich op diverse bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van de dealer, politieprocessen-verbaal, en camerabeelden.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof het oordeel zonder nadere motivering mocht baseren op de onwaarschijnlijkheid dat verdachte niet wist van de herkomst van de auto. Het cassatiemiddel dat dit niet bewezen zou zijn, faalt omdat geen feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die het tegendeel aannemelijk maken.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee het oordeel van het hof dat verdachte opzettelijk handelde met de wetenschap dat het voertuig gestolen was. De zaak wordt hiermee definitief afgesloten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat verdachte wist dat de Land Rover een door misdrijf verkregen goed was.