Belanghebbende had voor het jaar 2004 een herinvesteringsreserve gevormd en voerde aan dat deze niet aan de winst hoefde te worden toegevoegd omdat de herinvestering voorafgaand aan de belangwijziging had plaatsgevonden. Het hof oordeelde dat de herinvesteringsreserve terecht niet aan de winst werd toegevoegd, mede omdat het motief van belanghebbende was om toevoeging te voorkomen en toepassing van fraus legis niet aan de orde was.
De Hoge Raad stelt echter dat indien sprake is van een samenstel van rechtshandelingen waarbij het herinvesteringstijdstip bewust vóór de belangwijziging wordt gelegd met als doorslaggevend oogmerk het ontgaan van artikel 15e Wet Vpb, dit doel en strekking van de wet doorkruist. Daarom moet de herinvesteringsreserve alsnog aan de winst worden toegevoegd.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bevestigt de uitspraak van de rechtbank die de aanslag in stand hield. Er is geen aanleiding tot veroordeling in proceskosten. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 23 mei 2014.