Uitspraak
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instantie
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de ontvankelijkheid
4.Beslissing
23 mei 2014.
Hoge Raad
In deze zaak heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland. De Hoge Raad verwijst naar de beschikking van de rechtbank van 23 december 2013 voor het verloop van het geding in feitelijke instantie.
De Procureur-Generaal heeft verzocht het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren. De Hoge Raad overweegt dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat betrokkene klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Gelet op artikel 80a lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en na het horen van de Procureur-Generaal, verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De uitspraak is gedaan door de raadsheren van Buchem-Spapens, Heisterkamp, Drion en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer de Groot.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang en niet-ontvankelijkheid van de klachten.