Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
21 januari 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 6 september 2013, waarin een verzoek tot uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Republiek Turkije werd toegewezen.
De opgeëiste persoon, vertegenwoordigd door mr. O.O. van der Lee, stelde een middel van cassatie voor. De Advocaat-Generaal P.C. Vegter adviseerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom werd het beroep verworpen en bleef het uitleveringsvonnis van de Rechtbank Amsterdam in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de opgeëiste persoon wordt verworpen en het uitleveringsvonnis blijft in stand.