Conclusie
(1) het op 29 november 2006 leggen van contact door de opgeëiste persoon met leden van de organisatie in Turkije en beoogde afnemers van de verdovende middelen c.q. de heroïne (de organisatie verkrijgt de verdovende middelen in Iran en transporteert deze naar Nederland om daar aan personen uit Engeland te worden verkocht); en
(2) het voeren van een (telefoon)gesprek op 1 december 2006 door de opgeëiste persoon met een ander lid van de organisatie inzake de verkoop van dertig kilo heroïne aan personen in Engeland die in verband daarmee binnen drie of vier dagen naar Nederland zouden komen waar de opgeëiste persoon zich toen bevond (een en ander op 1 december 2006) alsmede
(3) een (telefoon)gesprek op 21 februari 2007 waaruit blijkt van betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij een transport via Turkije naar Nederland; ter sprake komt dat de opgeëiste persoon reeds in Nederland was aangehouden in verband met (kennelijk een ander) drugstransport.