Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.Slotsom
5.Beslissing
3 juni 2014.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De advocaat-generaal had geconcludeerd tot vernietiging van de strafoplegging en vermindering van de straf, met verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat gezien artikel 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nodig was. Vervolgens beoordeelde de Hoge Raad ambtshalve de bestreden uitspraak vanwege de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM.
De overschrijding van meer dan twee jaren na het instellen van het cassatieberoep leidde tot een ambtshalve vermindering van de gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, naar elf maanden met dezelfde voorwaarden.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde straf en verwerpt het beroep voor het overige. Het arrest werd uitgesproken op 3 juni 2014 door de strafkamer van de Hoge Raad.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt ambtshalve verminderd tot elf maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.