ECLI:NL:HR:2014:1330

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 juni 2014
Publicatiedatum
5 juni 2014
Zaaknummer
14/00039
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:119 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart verzoek tot herziening niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht

Belanghebbende heeft bij de Hoge Raad een verzoek tot herziening ingediend van een eerder arrest van 13 december 2013. De griffier heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen vier weken. Dit griffierecht is niet voldaan.

Na een herinnering en de mogelijkheid om redenen voor de termijnoverschrijding te geven, heeft belanghebbende geen geldige grond aangevoerd om het verzuim te rechtvaardigen. Op grond van de toepasselijke artikelen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moest het verzoek tot herziening daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

De Hoge Raad achtte geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk. Het arrest is op 6 juni 2014 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren C. Schaap, M.A. Fierstra en J. Wortel.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.

Uitspraak

6 juni 2014
Nr. 14/00039
Arrest
gewezen op het verzoek in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de
Hoge Raad der Nederlandenvan 13 december 2013, nr. 13/00162, ECLI:NL:HR:2013:1811.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 10 februari 2014, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht ter zake van het verzoek tot herziening en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 13 maart 2014 in de gelegenheid gesteld de redenen voor de termijnoverschrijding mee te delen. Hetgeen belanghebbende in zijn brief van 9 april 2014 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
Het verzoek tot herziening moet derhalve op grond van artikel 8:41, lid 6, tweede volzin, in verbinding met artikel 8:119, lid 2, van de Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2014.