Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de
Hoge Raad der Nederlandenvan 13 december 2013, nr. 13/00162, ECLI:NL:HR:2013:1811.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft bij de Hoge Raad een verzoek tot herziening ingediend van een eerder arrest van 13 december 2013. De griffier heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen vier weken. Dit griffierecht is niet voldaan.
Na een herinnering en de mogelijkheid om redenen voor de termijnoverschrijding te geven, heeft belanghebbende geen geldige grond aangevoerd om het verzuim te rechtvaardigen. Op grond van de toepasselijke artikelen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moest het verzoek tot herziening daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
De Hoge Raad achtte geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk. Het arrest is op 6 juni 2014 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren C. Schaap, M.A. Fierstra en J. Wortel.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.