ECLI:NL:HR:2014:1349

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 juni 2014
Publicatiedatum
6 juni 2014
Zaaknummer
14/01290
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 359 RvArt. 278 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens ontbreken van gronden van beroep in WSNP-zaak

In deze zaak hebben verzoekers cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag in een WSNP-procedure. De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en arresten van lagere instanties voor de feitelijke gang van zaken.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep verworpen moet worden. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden, omdat er geen gronden van beroep zijn aangevoerd die tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaken.

Op grond van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering wordt het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is op 6 juni 2014 gewezen en in het openbaar uitgesproken door de raadsheren van de Hoge Raad.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden van beroep.

Uitspraak

6 juni 2014
Eerste Kamer
nr. 14/01290
EV/NH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [verzoeker 1],
2. [verzoekster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoekers zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/09/450525/FT RK 13/2027 en C/09/450531/FT RK 13/2029 van de rechtbank Den Haag van 3 december 2013;
b. het arrest in de zaak 200.138.507/01 van het gerechtshof Den Haag van 4 maart 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het verzoek.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem – Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
6 juni 2014.