ECLI:NL:HR:2014:1387

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juni 2014
Publicatiedatum
12 juni 2014
Zaaknummer
14/00896
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 288 lid 1 onder b FwArt. 288 lid 3 Fw
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen afwijzing toelatingsverzoek WSNP wegens goede trouw

In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verzoeker verworpen tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 februari 2014, waarin het toelatingsverzoek tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) werd afgewezen. De rechtbank Midden-Nederland had eerder op 25 november 2013 een vonnis gewezen in deze zaak.

De kern van het geschil betrof de vraag of verzoeker aan de vereisten van goede trouw voldeed zoals bedoeld in artikel 288 lid 1 onder Pro b van de Faillissementswet (Fw), een voorwaarde voor toelating tot de WSNP. Verzoeker stelde dat het hof de grenzen van de rechtsstrijd had overschreden en dat toepassing van de hardheidsclausule (artikel 288 lid 3 Fw Pro) gerechtvaardigd was.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van verzoeker niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De conclusie van de Advocaat-Generaal tot verwerping van het cassatieberoep werd gevolgd. Het arrest werd op 13 juni 2014 gewezen door de raadsheren Streefkerk, Heisterkamp en Snijders en in het openbaar uitgesproken door raadsheer de Groot.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van het toelatingsverzoek tot de WSNP wegens ontbreken van goede trouw.

Uitspraak

13 juni 2014
Eerste Kamer
nr. 14/00896
EV/LH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/16/347762/FT RK 13/1665 van de rechtbank Midden-Nederland van 25 november 2013;
b. het arrest in de zaak 200.138.110 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 februari 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en aanvullend cassatierekest zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep, zoals opgenomen in beide verzoekschriften tot cassatie.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 8 mei 2014 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
13 juni 2014.