Conclusie
1.Feiten en procesverloop
aanvullendverzoekschrift tot cassatie in het geding gebracht.
2.Bespreking van de cassatiemiddelen
LJNBP4673NJ2011/186LJNBW4156 art. 81
klacht 1(onder 8 van het tweede verzoekschrift tot cassatie) houdt in dat het hof met voornoemde rov. 3.5, 3.6 en 3.7 geen althans een onbegrijpelijke motivering heeft gehanteerd. In – de zelfstandig dragende – rov. 3.7 overweegt het hof ten aanzien van de schuld aan de curator dat deze schuld verband hield met een veroordeling van [verzoeker] op grond van bestuurdersaansprakelijkheid, dat [verzoeker] deze schuld heeft voldaan onder druk van de aankondiging van de curator dat deze zijn faillissement zou aanvragen en dat als gevolg daarvan de andere schuldeisers onbetaald zijn gelaten. Deze overweging van het hof – en dat geldt ook voor de overige overwegingen van het hof – is, niettegenstaande hetgeen het middel in dit verband onder 46-80 van het tweede verzoekschrift tot cassatie aanvoert, voldoende gemotiveerd en niet onbegrijpelijk, zodat ook het tweede deel van klacht 1 faalt.