ECLI:NL:HR:2014:1390

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juni 2014
Publicatiedatum
12 juni 2014
Zaaknummer
14/01666
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 288 lid 1 onder b FwArt. 288 lid 3 Fw
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot toelating WSNP op grond van hardheidsclausule

De zaak betreft een verzoek tot toelating tot de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) dat door het gerechtshof Amsterdam is afgewezen. Verzoekster stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. De Hoge Raad verwijst naar het vonnis van de rechtbank Noord-Holland en het arrest van het gerechtshof Amsterdam voor het geding in feitelijke instanties.

De conclusie van de Advocaat-Generaal was gericht op verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten geen aanleiding geven tot cassatie, mede omdat deze niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het beroep wordt derhalve verworpen. De uitspraak betreft de toepassing van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en artikel 288 lid 1 en Pro lid 3 van de Faillissementswet, waarbij de hardheidsclausule in het kader van de WSNP aan de orde was.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot toelating tot de WSNP.

Uitspraak

13 juni 2014
Eerste Kamer
nr. 14/01666
LZ/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/15/13/191 F van de rechtbank Noord-Holland van 28 januari 2014;
b. het arrest in de zaak 200.141.280/01 van het gerechtshof Amsterdam van 25 maart 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3.Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja- van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
13 juni 2014.