Uitspraak
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
13 juni 2014.
Hoge Raad
Verzoekster was betrokken bij een procedure over de tussentijdse beëindiging van haar schuldsaneringsregeling (WSNP) vanwege het niet naleven van haar sollicitatieplicht. De rechtbank Den Haag had op 17 januari 2014 een vonnis gewezen en het gerechtshof Den Haag bevestigde dit bij arrest van 27 maart 2014.
Tegen dit arrest stelde verzoekster beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van verzoekster geen aanleiding geven tot cassatie omdat zij geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarmee bleef de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling in stand. Het arrest werd gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Polak en Tanja-van den Broek en in het openbaar uitgesproken door De Groot op 13 juni 2014.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens schending van de sollicitatieplicht.