Conclusie
het eerste onderdeel (opgenomen in onderdeel 1.9)klaagt het middel dat het hof ten onrechte overweegt dat [verzoekster] heeft gesteld dat zij er niet op is gewezen dat zij in geval van arbeidsongeschiktheid door de rechter-commissaris moet worden vrijgesteld van haar sollicitatieverplichting. [verzoekster] heeft (aldus het middel) daarentegen gesteld dat noch door de rechter-commissaris noch door de bewindvoerder een deskundige is aangewezen om [verzoekster] (niet alleen in het kader van de Wet werk en bijstand (WWB), maar ook) in het kader van de schuldsaneringsregeling te laten keuren.
het tweede onderdeel (opgenomen in onderdeel 1.10)wijst het middel erop dat [verzoekster] met voornoemde stelling over een deskundige heeft verwezen naar de in de Recofa-richtlijnen opgenomen verplichting van de bewindvoerder en van de rechter-commissaris tot het aanwijzen van een deskundige voor de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid en klaagt het middel dat deze verplichting niet is nagekomen.