AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingrechtelijke bestuursrechtzaak
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag betreffende een verzoek om herziening van een eerdere uitspraak. De zaak betreft een belastingrechtelijke bestuursrechtelijke procedure waarin belanghebbende verzet had aangetekend tegen een hofuitspraak.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie was geen nadere motivering vereist, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad heeft tevens geoordeeld dat er geen aanleiding is om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is op 13 juni 2014 in het openbaar uitgesproken door raadsheer C. Schaap als voorzitter, samen met de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard zonder veroordeling in proceskosten.
Uitspraak
13 juni 2014
nr. 13/03232
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X]te [Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haagvan 15 mei 2013, nr. BK-12/00511, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van het Hof van 9 oktober 2012, nr. BK‑12/00511, betreffende het verzoek om herziening van de uitspraak van het Hof van 24 juni 2011, nr. BK‑04/2452.
1.Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak op het verzet beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
2.Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3.Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4.Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2014.