ECLI:NL:HR:2014:1439

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 juni 2014
Publicatiedatum
17 juni 2014
Zaaknummer
12/04205
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 588a SvArt. 434 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens nietigheid verstekverlening door onvoldoende onderzoek adres appeldagvaarding

De Hoge Raad behandelde een cassatieberoep tegen een verstekarrest van het Gerechtshof Amsterdam. De verdachte was niet verschenen in hoger beroep en verstek was verleend. In de appelakte was een adres vermeld waar de verdachte mededelingen over de strafzaak zou ontvangen. Uit de stukken bleek echter niet dat een afschrift van de appeldagvaarding aan dit adres was toegezonden.

Het hof had moeten onderzoeken of er reden was om de terechtzitting te schorsen om de verdachte alsnog de gelegenheid te geven aanwezig te zijn. Dit onderzoek heeft het hof nagelaten. Dit verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting en de daarop gebaseerde uitspraak.

De Hoge Raad oordeelt dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en vernietigt het arrest. De zaak wordt terugverwezen naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting op het bestaande hoger beroep.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens nietigheid van het verstek en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

17 juni 2014
Strafkamer
nr. 12/04205
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 12 maart 2012, nummer 23/003496-10, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het middel

2.1.
Het middel klaagt over de beslissing van het Hof tot het verlenen van verstek tegen de niet-verschenen verdachte.
2.2.
Bij de op de voet van art. 434, eerste lid, Sv aan de Hoge Raad gezonden stukken bevinden zich de stukken als vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4 waaronder in het bijzonder:
(i) een appelakte van 12 augustus 2010 waarin als adres van de verdachte is vermeld: Z.V.W.O.V.H.T.L. Voorts is vermeld:
"Comparant geeft desgevraagd op dat hij (de Hoge Raad begrijpt) een afschrift van de dagvaarding of oproeping voor de terechtzitting toegezonden wil hebben naar een ander adres in Nederland dan naar bovengenoemd adres, te weten: [a-straat 1], [plaats]";
(ii) een aan voormelde akte gehecht standaardformulier waarop de grieven tegen het vonnis in eerste aanleg kunnen worden vermeld. Dit formulier vermeld handgeschreven de naam van de verdachte en het adres Pondsterlingstraat 78.
(iii) een aan het dubbel van de appeldagvaarding gehechte akte van uitreiking, inhoudende dat die dagvaarding op 19 januari 2012 is uitgereikt aan de (waarnemend) griffier van de Rechtbank omdat van de verdachte geen woon- of verblijfplaats hier te lande bekend is;
(iv) een aan het dubbel van de appeldagvaarding gehecht GBA-overzicht van 19 januari 2012, inhoudende dat de verdachte vanaf 10 maart 2008 is geen vaste- woon of verblijfplaats hier te lande heeft;
(v) het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep, inhoudende dat tegen de aldaar niet-verschenen verdachte verstek is verleend.
2.3.
De vermelding van het adres [a-straat 1] te [plaats] in de appelakte kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als de opgave van een adres in de zin van art. 588a, eerste lid aanhef onder c, Sv waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden.
2.4.
Uit de omstandigheden als weergegeven onder (i) en (ii), kon het Hof niet afleiden dat de verdachte [a-straat 1] te [plaats] niet wenste te handhaven als adres waar hij een afschrift van de appeldagvaarding wenste te ontvangen.
2.5.
Uit de stukken van het geding kan niet blijken dat een afschrift van de appeldagvaarding aan dit adres is toegezonden, zodat ervan moet worden uitgegaan dat dit niet is geschied. Evenmin houden de stukken iets in waaruit kan volgen dat die verzending ingevolge het derde lid van art. 588a Sv achterwege kon blijven. Daarom had het Hof ervan blijk moeten geven te hebben onderzocht of er reden was het onderzoek ter terechtzitting te schorsen teneinde de verdachte in de gelegenheid te stellen alsnog bij het onderzoek op de terechtzitting tegenwoordig te zijn. Van een zodanig onderzoek blijkt niet. Dat verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep en de naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak. (Vgl. HR 27 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX4736, NJ 2012/695).
2.6.
Het middel is terecht voorgesteld.

3.Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
17 juni 2014.