Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Beoordeling van het derde middel
5.Slotsom
6.Beslissing
17 juni 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor witwassen van aanzienlijke geldbedragen in vreemde valuta en euro's die in zijn woning waren aangetroffen.
Het hof oordeelde dat de geldbedragen grotendeels afkomstig waren uit door verdachte zelf gepleegde misdrijven, met name drugshandel, en kwalificeerde het voorhanden hebben van deze bedragen als witwassen. Verdachte voerde aan dat het geld legaal was verkregen via zijn stoffeerdersbedrijf, maar het hof verwierp deze verklaring mede op basis van verklaringen van de ex-partner die de contante ontvangsten beheerde.
De Hoge Raad stelt echter vast dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat verdachte niet slechts het geld voorhanden had, maar ook gericht handelde om de criminele herkomst ervan te verbergen of te verhullen, zoals vereist voor een veroordeling wegens witwassen. Het enkel bewaren van geld op verschillende plaatsen in de woning, zoals een onafgesloten kluis en een plantenbak, is daarvoor onvoldoende.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest uitsluitend voor het onderdeel witwassen en de strafoplegging en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Arrest vernietigd voor witwassen en strafoplegging, zaak terugverwezen naar hof voor hernieuwde berechting.