ECLI:NL:HR:2014:1544

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 juni 2014
Publicatiedatum
26 juni 2014
Zaaknummer
14/02656
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 78 lid 4 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in bestuursrechtelijke zaak over Wob-verzoek

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 18 april 2014. Deze uitspraak betrof het verzet van belanghebbende tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank over een verzoek om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).

De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van het cassatieberoep aan de hand van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Deze bepaling stelt dat de Hoge Raad alleen kennisneemt van cassatieberoepen tegen uitspraken van de administratieve rechter voor zover dit bij wet is bepaald.

Omdat er geen wettelijke grondslag bestaat voor cassatie tegen de onderhavige uitspraak van de rechtbank, verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Tevens acht de Hoge Raad geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. Het arrest is uitgesproken op 27 juni 2014 door raadsheren Schaap, Fierstra en Groeneveld.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van wettelijke grondslag voor cassatie.

Uitspraak

27 juni 2014
Nr. 14/02656
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Den Haagvan 18 april 2014, nr. SGR 13/7106, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank betreffende een door belanghebbende gedaan verzoek om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de administratieve rechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Rechtbank als de onderhavige. Het beroep in cassatie dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 27 juni 2014.