ECLI:NL:HR:2014:1547

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 juni 2014
Publicatiedatum
26 juni 2014
Zaaknummer
14/01824
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 350 lid 3 onder f Fw
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens verzwijging en verduistering

De zaak betreft een verzoeker die in het kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) een schuldsaneringsregeling had. Deze regeling werd tussentijds beëindigd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vanwege verzwijging en verduistering door de verzoeker.

De verzoeker stelde beroep in cassatie in tegen dit arrest, maar de Hoge Raad verwijst naar het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland en het arrest van het hof, waarbij de feiten en het proces uitvoerig zijn beschreven. De advocaat-generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen, waarop de verzoeker reageerde.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is omdat er geen rechtsvragen spelen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep wordt derhalve verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling bevestigd.

Uitspraak

27 juni 2014
Eerste Kamer
nr. 14/01824
LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Weerden.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C16/13/784 R van de rechtbank Midden-Nederland van 20 januari 2014;
b. het arrest in de zaak 200.140.861 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 31 maart 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 26 mei 2014 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
27 juni 2014.