Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van de cassatiemiddelen
onderdeel a (‘keer ten goede’)klaagt het middel dat het hof heeft miskend althans (naar aanleiding van een essentiële stelling van [verzoeker]) onbesproken heeft gelaten dat “de toelatingsrechtbank” reeds rekening gehouden had met de feiten en omstandigheden die aan de (voordracht tot) tussentijdse beëindiging ten grondslag lagen althans dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk is dan wel onvoldoende gemotiveerd.
onderdeel b (limitatieve opsomming)klaagt het middel dat het hof heeft miskend dat art. 350 lid 3 Fw Pro een limitatieve opsomming van de beëindigingsgronden bevat, terwijl (aldus het middel) de onderhavige tussentijdse beëindiging hier niet op kan worden gebaseerd althans dat het oordeel van het hof onvoldoende gemotiveerd is.
onderdeel c (toetsing ex nunc, belangenafweging)klaagt het middel dat het hof de verklaringen van de bewindvoerder en van de beschermingsbewindvoerder van [verzoeker] niet in zijn overwegingen heeft betrokken en daarmee de belangen van [verzoeker] onvoldoende in aanmerking heeft genomen althans dat het oordeel van het hof onvoldoende gemotiveerd dan wel onbegrijpelijk is.
onderdeel d (geen nadeel)houdt in dat gezien de opheffing van de Stichting Bewonerscommissie Schrijverspark het hof ten onrechte heeft gemeend dat de vordering van deze stichting niet tenietgegaan is althans heeft miskend dat van belang is dat de schuldeisers van [verzoeker] feitelijk geen nadeel ondervonden hebben althans dat dit oordeel van het hof onbegrijpelijk is.