ECLI:NL:HR:2014:1585

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 juli 2014
Publicatiedatum
2 juli 2014
Zaaknummer
13/01803
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 447 SvArt. 552a Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in cassatie wegens niet tijdig indienen middelen van cassatie

Klaagster heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de Rechtbank Dordrecht. Echter zijn namens haar niet tijdig de middelen van cassatie door een raadsman ingediend, zoals vereist volgens art. 447, vijfde lid, Sv.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat klaagster niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De Hoge Raad volgt dit advies en oordeelt dat het ontbreken van tijdige indiening van middelen betekent dat het beroep niet ontvankelijk is.

De beschikking is uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad tijdens een openbare terechtzitting. Hiermee wordt het cassatieberoep van klaagster afgewezen op ontvankelijkheidsgronden.

Uitkomst: Klaagster wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.

Uitspraak

1 juli 2014
Strafkamer
nr. 13/01803 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Dordrecht van 22 oktober 2012, nummer RK 10/131, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klaagster], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd dat de klaagster niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu de klaagster niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 447, vijfde lid, Sv, zodat de klaagster in het beroep niet kan worden ontvangen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de klaagster niet-ontvankelijk in het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
1 juli 2014.