ECLI:NL:PHR:2014:647

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
1 april 2014
Publicatiedatum
2 juli 2014
Zaaknummer
13/01803
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 447 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen van cassatie

Klaagster heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de Rechtbank Dordrecht. De aanzegging conform artikel 447, lid 3, Sv is op tijd betekend en de termijn voor het indienen van schriftuur houdende middelen van cassatie liep af op 24 juni 2013.

Binnen deze termijn is echter geen schriftuur ingediend door een raadsman namens klaagster. Hierdoor kan klaagster niet ontvankelijk worden verklaard in haar cassatieberoep op grond van artikel 447, lid 5, Sv.

De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat de Hoge Raad klaagster niet-ontvankelijk zal verklaren. Deze zaak is verbonden met andere zaken waarin gelijke conclusies zijn getrokken.

Uitkomst: Klaagster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep wegens niet tijdig indienen van middelen van cassatie.

Conclusie

Nr. 13/01803 B
Zitting: 1 april 2014
Mr. Knigge
Conclusie inzake:
[klaagster]
1. Klaagster heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de beschikking van de Rechtbank Dordrecht van 22 oktober 2012 met kenmerk RK 10/131. [1]
2. De aanzegging als bedoeld in art. 447, lid 3, Sv is op 24 april 2013 betekend. De mededeling betekening is op 22 mei 2013 verzonden aan de advocaat van klaagster. De in het vijfde lid van art. 447 Sv Pro gestelde termijn van een maand liep af op 24 juni 2013. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
3. Nu klaagster niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan zij ingevolge art. 447, lid 5 Sv niet in haar cassatieberoep worden ontvangen.
4. De conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad klaagster niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG

Voetnoten

1.Deze zaak hangt samen met de zaken 13/00232 B, 13/00231 B en 13/01804 B, waarin ik heden eveneens concludeer.