ECLI:NL:HR:2014:1586

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 juli 2014
Publicatiedatum
2 juli 2014
Zaaknummer
12/04075
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81.1 ROArt. 6 EVRM
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie

De verdachte stelde beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest uitsluitend wat betreft de strafoplegging en tot vermindering van de straf. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot vernietiging konden leiden, behalve dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro in de cassatiefase was overschreden.

De overschrijding van de redelijke termijn werd veroorzaakt doordat het hof de stukken te laat inzond en de cassatie-uitspraak plaatsvond meer dan zestien maanden na het instellen van het cassatieberoep, terwijl de verdachte in voorlopige hechtenis verbleef. Dit leidde tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van vier jaar naar drie jaar en zeven maanden.

De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de gevangenisstraf en verwierp het beroep voor het overige. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 1 juli 2014.

Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van vier jaar naar drie jaar en zeven maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.

Uitspraak

1 juli 2014
Strafkamer
nr. 12/04075
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 9 augustus 2012, nummer 20/004630-11, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B. Kizilocak, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak doch uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot vermindering van de straf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het eerste en het tweede middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beoordeling van het derde middel

3.1.
Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
3.2.
Het middel is gegrond. Voorts doet de Hoge Raad in deze zaak waarin de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt, uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van vier jaren.

4.Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze drie jaren en zeven maanden beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
1 juli 2014.