Conclusie
eerste middelklaagt dat een nadere bewijsoverweging van het hof, namelijk dat verdachte naar eigen zeggen, tijdens het wegrijden in ieder geval twee personen in de onmiddellijke nabijheid van de door hem bestuurde Opel zou hebben gezien, niet in de bewijsmiddelen is vermeld en het hof heeft verzuimd het wettige bewijsmiddel aan te geven waaraan deze omstandigheid wordt ontleend. [1]
A.4.12.
- genoemde verbalisanten op enig moment op een afstand van maximaal enkele meters in een rechte lijn aan de achterzijde respectievelijk de voorzijde van de door verdachte bestuurde Opel hebben gestaan;
- verdachte vervolgens, met de door hem bestuurde Opel personenauto, in de richting is gereden waar de verbalisanten zich op dat moment bevonden waarbij verdachte, blijkens zijn verklaring ter terechtzitting in hoger beroep, vol gas heeft gegeven;
- [verbalisant 1] en [verbalisant 2] slechts door weg te springen hebben kunnen voorkomen dat zij door de Opel werden geraakt.
A.4.13
hij tijdens het wegrijdenin ieder geval twee personen in de onmiddellijke nabijheid van zijn auto heeft zien staan, op een verkeerde lezing van de hiervoor onder 6 weergegeven overwegingen van het hof en mist deze daardoor feitelijke grondslag.
tweede middelbevat twee klachten, namelijk dat het hof, onvoldoende en begrijpelijk gemotiveerd het verweer heeft verworpen dat verdachte geen opzet had op het overlijden van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] en dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat verdachte opzet had op het overlijden van [verbalisant 1] en [verbalisant 2].
derde middelklaagt over de overschrijding van de redelijke termijn.