Uitspraak
1.De procedure
2.Beoordeling van het wrakingsverzoek
3.Beslissing
24 januari 2014.
Hoge Raad
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen leden van de wrakingskamer van de Hoge Raad die een beslissing zouden nemen over zijn herzieningsverzoek. Hij stelde dat sprake was van schending van fundamentele rechten vanwege het ontbreken van procedurele tussenstappen en informatieverstrekking.
De Hoge Raad oordeelde dat het wrakingsverzoek geen concrete feiten of omstandigheden bevatte die de onpartijdigheid van de rechters zouden kunnen aantasten. Daarnaast werd vastgesteld dat verzoeker zijn bevoegdheid tot het indienen van wrakingsverzoeken misbruikte.
Daarom werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard en bepaald dat een volgend wrakingsverzoek tegen dezelfde leden van de wrakingskamer niet in behandeling wordt genomen. Er vond geen behandeling ter zitting plaats.
De beslissing werd genomen door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken door één van de raadsheren.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek en een volgend verzoek wordt niet in behandeling genomen.