ECLI:NL:HR:2014:1663

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 juli 2014
Publicatiedatum
10 juli 2014
Zaaknummer
14/00563
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep Chipshol tegen Staat inzake onteigeningsrecht en misbruik van recht

In deze zaak heeft Chipshol VII B.V. cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof dat de Staat der Nederlanden in het gelijk stelde in een geschil over onteigeningsrecht en de vermeende misbruik van recht bij de keuze van een tracé.

De kern van het geschil betrof de vraag of het gekozen tracé onteigening van percelen van een partij die met de Staat gelieerd is, voorkwam en of dit misbruik van recht opleverde. De rechtbank Noord-Holland had eerder een vonnis gewezen dat aan dit arrest gehecht is.

De Hoge Raad overwoog dat de klachten van Chipshol niet tot cassatie konden leiden en dat gezien artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de Raad van State geen nadere motivering noodzakelijk was omdat de klachten niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaakten.

Het beroep werd daarom verworpen en Chipshol werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad, in het openbaar uitgesproken door raadsheer G. de Groot.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Chipshol wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitspraak

11 juli 2014
Eerste Kamer
nr. 14/00563
EV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
CHIPSHOL VII B.V.,
gevestigd te Schiphol Rijk,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J.P. van den Berg,
t e g e n
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Infrastructuur en Milieu),
zetelende te ’s-Gravenhage,
VERWEERDER in cassatie,
advocaten: mr. M.W. Scheltema en mr. R.T. Wiegerink.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Chipshol en de Staat.

1.Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar het vonnis in de zaak C/15/206160/HA ZA 13-429 van de rechtbank Noord-Holland van 18 december 2013.
Het vonnis van de rechtbank is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft Chipshol beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staat heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de waarnemend Advocaat-Generaal J.C. van Oven strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van Chipshol heeft bij brief van 6 juni 2014 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Chipshol in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 841,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
11 juli 2014.