ECLI:NL:HR:2014:1684

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 juli 2014
Publicatiedatum
11 juli 2014
Zaaknummer
14/02595
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 426a lid 1 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring van cassatieberoep wegens ontbreken handtekening advocaat

In deze zaak heeft verzoekster beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch. Het cassatieverzoekschrift was echter niet ondertekend door een advocaat die is toegelaten tot de Hoge Raad, zoals vereist volgens art. 426a lid 1 Rv.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard vanwege deze formele tekortkoming. De Hoge Raad heeft dit advies gevolgd en de verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar beroep.

De uitspraak bevestigt het belang van de formele vereisten voor het indienen van een cassatieberoep en benadrukt dat niet-naleving hiervan leidt tot niet-ontvankelijkheid, ongeacht de inhoudelijke gronden van het beroep.

Het arrest is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Drion en Snijders en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer De Groot op 11 juli 2014.

Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep wegens het ontbreken van de handtekening van een advocaat bij de Hoge Raad.

Uitspraak

11 juli 2014
Eerste Kamer
nr. 14/02595
LZ/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende te Amersfoort,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. S.M. Singh.
Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 265188/FT RK 13-1091 van de rechtbank Oost-Brabant van 17 maart 2014;
b. het arrest in de zaak HV 200.144.599/01 van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 8 mei 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.

3.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Het beroep in cassatie is vervat in een verzoekschrift dat niet is ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Ingevolge art. 426a lid 1 Rv moet [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar beroep worden verklaard.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
11 juli 2014.