ECLI:NL:HR:2014:1693

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juli 2014
Publicatiedatum
14 juli 2014
Zaaknummer
13/02815
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a ROArt. 81.1 ROArt. 440 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens ontbreken stellige klacht

In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Namens verdachte is een middel van cassatie ingediend, maar de Hoge Raad beoordeelt dat dit middel niet voldoet aan de wettelijke eisen.

Conform artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie komen voor onderzoek door de cassatierechter alleen middelen van cassatie in aanmerking die een stellige en duidelijke klacht bevatten over de schending van een rechtsregel of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De schriftuur van verdachte voldoet niet aan deze vereisten.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot gedeeltelijke vernietiging van het bestreden arrest, maar de Hoge Raad volgt dit niet en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het cassatieberoep niet inhoudelijk wordt behandeld en het arrest van het hof in stand blijft. De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 8 juli 2014.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een stellige en duidelijke klacht.

Uitspraak

8 juli 2014
Strafkamer
nr. 13/02815
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 17 mei 2013, nummer 21/004882-07, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. L. de Leon, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het tenlastegelegde en bewezenverklaarde feit 5 en in zoverre tot zodanige op art. 440 Sv Pro gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van de schriftuur en de ontvankelijkheid van het beroep

2.1.
Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als in de wet bedoeld. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De schriftuur voldoet niet aan dit vereiste.
2.2.
De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie, gehoord de Procureur-Generaal en gelet op HR 11 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0129, NJ 2013/242, rov. 2.3.4 - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
8 juli 2014.