Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Slotsom
5.Beslissing
28 januari 2014.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof veroordeeld voor medeplegen van witwassen wegens het voorhanden hebben van circa 54.325 euro, waarvan werd aangenomen dat het afkomstig was uit eigen misdrijf, namelijk hennephandel. Tijdens een politieonderzoek werden grote geldbedragen en softdrugs aangetroffen in de woning van de verdachte en zijn medeverdachten. De verdachte en medeverdachten werden aangehouden en er werd vastgesteld dat zij gezamenlijk de beschikkingsmacht hadden over de drugs en het geld.
De Hoge Raad herhaalt de jurisprudentie dat het enkele voorhanden hebben van geld afkomstig uit eigen misdrijf niet automatisch witwassen oplevert. Er moet sprake zijn van gedragingen die gericht zijn op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van het geld. Het hof had echter niet voldoende gemotiveerd dat de gedragingen van de verdachte ook dit verbergen betroffen voor het gehele bedrag.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof voor zover het betrekking heeft op het witwassen en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling. De overige middelen worden verworpen. De zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: Arrest van het hof vernietigd voor het onderdeel witwassen en zaak terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.