ECLI:NL:HR:2014:2577

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 juli 2014
Publicatiedatum
2 september 2014
Zaaknummer
12/03955
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in phishingzaak tegen bank en rekeninghouders

Deze zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 7 augustus 2012, waarin hij werd veroordeeld voor oplichting door middel van phishing gericht op een bank en haar rekeninghouders.

De verdediging stelde middelen van cassatie voor via haar advocaat, maar de Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.

Het arrest werd uitgesproken op 1 juli 2014 door de strafkamer van de Hoge Raad, waarbij de raadsheren B.C. de Savornin Lohman (voorzitter), Y. Buruma en V. van den Brink betrokken waren. Het beroep werd formeel verworpen, waarmee de eerdere uitspraak van het hof in stand bleef.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep, waardoor de veroordeling voor phishing blijft staan.

Uitspraak

1 juli 2014
Strafkamer
nr. 12/03955
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 7 augustus 2012, nummer 23/003823-11, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer B.C. de Savornin Lohman als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
1 juli 2014.