ECLI:NL:HR:2014:2688

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 september 2014
Publicatiedatum
18 september 2014
Zaaknummer
13/06212
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake WOZ-beschikking en OZB-aanslag

Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 7 november 2013. Dit arrest betrof het hoger beroep tegen uitspraken van de rechtbank Almelo over een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) en een aanslag onroerendezaakbelastingen (OZB) van de gemeente Enschede voor het tijdvak 1 januari 2005 tot en met 31 december 2006.

De Hoge Raad heeft het ingediende middel van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was geen nadere motivering vereist omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is op 12 september 2014 in het openbaar gewezen door raadsheren Van Loon, Fierstra en Groeneveld.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt daarmee het arrest van het gerechtshof.

Uitspraak

12 september 2014
Nr. 13/06212
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof ’s-Hertogenboschvan 7 november 2013, nr. 11/00268, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraken van de Rechtbank te Almelo (nrs. 06/1085 WOZ en 06/1086 WOZ AQ1 A) betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Enschede voor het tijdvak 1 januari 2005 tot en met 31 december 2006 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Z].

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Enschede heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer P.M.F. van Loon als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 12 september 2014.