Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 12 september 2013, nr. 12/00163, betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2005 opgelegde aanslag in de waterschapsbelastingen.
Hoge Raad
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam betreffende de aanslag waterschapsbelastingen over het jaar 2005. Eerder was een uitspraak van het Gerechtshof ’s-Gravenhage door de Hoge Raad vernietigd en de zaak verwezen voor herbehandeling aan het Hof Amsterdam.
In het tweede cassatiegeding heeft belanghebbende diverse klachten aangevoerd tegen het arrest van het Hof Amsterdam. De Hoge Raad oordeelt dat deze klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.
De Hoge Raad wijst tevens af om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft het arrest van het Gerechtshof Amsterdam ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft van kracht.