Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Deze uitspraak betrof het hoger beroep van een belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Limburg inzake de geheven leges.
Het college heeft meerdere klachten aangevoerd in het cassatieberoep, maar de Hoge Raad heeft geoordeeld dat deze klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was nadere motivering niet vereist, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard en het college veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, waarbij rekening is gehouden met samenhang met een andere zaak. Het arrest is gewezen door raadsheren Fierstra, Koopman en Wortel en op 19 september 2014 openbaar uitgesproken.