ECLI:NL:HR:2014:2715

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 september 2014
Publicatiedatum
18 september 2014
Zaaknummer
14/00558
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie tegen legesheffing gemeente Maastricht ongegrond

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Deze uitspraak betrof het hoger beroep van een belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Limburg inzake de geheven leges.

Het college heeft meerdere klachten aangevoerd in het cassatieberoep, maar de Hoge Raad heeft geoordeeld dat deze klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was nadere motivering niet vereist, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard en het college veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, waarbij rekening is gehouden met samenhang met een andere zaak. Het arrest is gewezen door raadsheren Fierstra, Koopman en Wortel en op 19 september 2014 openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van het college van burgemeester en wethouders van Maastricht wordt ongegrond verklaard en het college wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

19 september 2014
Nr. 14/00558
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastrichtte
Maastricht(hierna: het College) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof ’s-Hertogenboschvan 19 december 2013, nr. 13/00536, op het hoger beroep van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen een uitspraak van de Rechtbank Limburg (nr. AWB 11/1718) betreffende de ten aanzien van belanghebbende geheven leges.

1.Geding in cassatie

Het College heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
Het College heeft een conclusie van repliek ingediend. Nu deze conclusie bij de Hoge Raad na afloop van de daartoe gestelde termijn is ingediend, slaat de Hoge Raad op dit stuk geen acht.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

Het College zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de zaak met nummer 14/00557 met de onderhavige zaak samenhangt in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en
veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op de helft van € 974, derhalve € 487, voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren R.J. Koopman en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 19 september 2014.
Van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht wordt een griffierecht geheven van € 478.