Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, waarin de rechtbank zich onbevoegd verklaarde kennis te nemen van het door belanghebbende ingediende beroep. De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk is. Volgens artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie kan de Hoge Raad alleen kennisnemen van cassatieberoepen tegen uitspraken van de administratieve rechter indien dit bij wet is bepaald.
In deze zaak ontbreekt een wettelijke bepaling die cassatie tegen de uitspraak van de rechtbank openstelt. Daarom is het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie formeel afgewezen.
Het arrest is gewezen door de raadsheren C. Schaap (voorzitter), M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, en in het openbaar uitgesproken op 19 september 2014.