Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Slotsom
4.Beslissing
23 september 2014.
Hoge Raad
De verdachte werd door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor het opzettelijk uitvoeren van grote hoeveelheden hasj en hennep naar het Verenigd Koninkrijk. De bewezenverklaring steunde op diverse bewijsmiddelen, waaronder inbeslaggenomen drugs, codetabellen, administratie, telefoongegevens en verklaringen van medeverdachten.
De verdediging voerde aan dat de aanduiding 'Brt' in de administratie niet op de verdachte sloeg, wat het hof verwierp. Het hof achtte aannemelijk dat de codes en administratie verwezen naar de verdachte en zijn broer, en concludeerde dat de drugsbestellingen bestemd waren voor het Verenigd Koninkrijk.
De Hoge Raad oordeelde echter dat de bewezenverklaring niet zonder meer uit de bewijsmiddelen kon worden afgeleid en dat het hof onvoldoende gemotiveerd had waarom 'Brt' op de verdachte sloeg. Daarom werd het arrest vernietigd voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betreft, en werd de zaak terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor bewezenverklaring en strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.