Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Slotsom
4.Beslissing
23 september 2014.
Hoge Raad
Op 16 april 2011 gooide verdachte in een café in Veen een glas bier richting het latere slachtoffer, waarbij het glas uit zijn hand gleed en het slachtoffer een zichtbaar blijvend litteken opliep. Het hof verklaarde bewezen dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het glas uit zijn hand zou glippen en zwaar lichamelijk letsel zou veroorzaken.
De Hoge Raad herhaalt de maatstaf voor voorwaardelijk opzet en oordeelt dat de bewijsmiddelen onvoldoende onderbouwen dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het glas zou breken en letsel veroorzaken. De enkele omstandigheden dat het glas vochtig was en dat de kans op uitglijden aanmerkelijk is, zijn onvoldoende om het vereiste opzet te bewijzen.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch voor hernieuwde berechting en beslissing. De zaak betreft een strafrechtelijk geschil over het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel door middel van een bierglas.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.