ECLI:NL:HR:2014:2769

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 september 2014
Publicatiedatum
23 september 2014
Zaaknummer
13/04997
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in strafzaak zonder nadere motivering

De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 2 oktober 2013 in een strafzaak. Namens verdachte diende mr. A.C.J. Lina middelen van cassatie in. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, was geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarom werd het beroep verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd. Het arrest werd gewezen door raadsheer J. de Hullu als voorzitter, en raadsheren Y. Buruma en N. Jörg, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 23 september 2014.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.

Uitspraak

23 september 2014
Strafkamer
nr. 13/04997
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 2 oktober 2013, nummer 20/000461-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.C.J. Lina, advocaat te Venlo, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
23 september 2014.