Conclusie
eerstemiddel klaagt, dat het Hof het ter zitting van 18 januari 2013 gedane verzoek van verdachte om haar niet in hoger beroep te ontvangen ten onrechte heeft afgewezen, aangezien verdachte geen grieven tegen het vonnis heeft geformuleerd en haar mondelinge bezwaar tegen de strafmaat heeft ingetrokken.
tweedemiddel keert zich tegen de bewezenverklaring met betrekking tot het voorwaardelijk opzet op de dood van [slachtoffer]; het Hof heeft ten laste van de verdachte bewezen verklaard dat zij:
derdemiddel dat is gericht tegen het oordeel, dat verdachte, samen met medeverdachte, willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard, dat het slachtoffer om het leven zou komen. In de toelichting op het middel wordt betoogd, dat het Hof daartoe niet had mogen meewegen dat verdachte op de hoogte was van de wens van de medeverdachte om het slachtoffer te doden, dat verdachte toch midden in de nacht de brand heeft gesticht en tot uitvoering is overgegaan ondanks de brandende lamp in de woning en daarmee bewust het grote risico heeft genomen van aanwezigheid van bewoners, en tenslotte geen alarm heeft geslagen. Aangezien verdachte na het stichten van de brand onmiddellijk is weggelopen kan uit de door het Hof weergegeven omstandigheden slechts worden afgeleid dat het opzet van verdachte was gericht op de brandstichting en niet op de dood van het slachtoffer.