ECLI:NL:HR:2014:2811

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 september 2014
Publicatiedatum
25 september 2014
Zaaknummer
14/01607
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 78 lid 4 Wet op de rechterlijke organisatieAlgemene wet inkomensafhankelijke regelingen (AWIR)
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in zaak huurtoeslag 2010

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 5 februari 2014, waarin het verzet tegen een beschikking huurtoeslag over het jaar 2010 werd behandeld.

De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en stelt vast dat op grond van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie alleen beroep in cassatie mogelijk is tegen uitspraken van de administratieve rechter indien dit bij wet is bepaald.

In deze zaak ontbreekt een wettelijke bepaling die cassatie openstelt tegen uitspraken betreffende besluiten op grond van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (AWIR). Dit geldt ook indien de aangevallen uitspraak ten onrechte een rechtsmiddelverwijzing bevat.

Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Tevens worden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend. Het arrest is gewezen door raadsheren Schaap, Fierstra en Groeneveld en in het openbaar uitgesproken op 26 september 2014.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van wettelijke grondslag.

Uitspraak

26 september 2014
Nr. 14/01607
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Den Haagvan 5 februari 2014, nr. SGR 13/740, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank betreffende een aan belanghebbende voor het jaar 2010 gegeven beschikking Huurtoeslag.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de administratieve rechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Rechtbank die is gedaan in een geschil betreffende een besluit als de onderhavige ingevolge de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (AWIR). Dit heeft eveneens te gelden indien onder de aangevallen uitspraak van de Rechtbank ten onrechte een rechtsmiddelverwijzing is opgenomen. Het beroep in cassatie dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 26 september 2014.