Uitspraak
[X]te
[Z], Zwitserland (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 1 oktober 2013, nr. 13/00083, betreffende een beschikking tot aansprakelijkstelling ingevolge de Invorderingswet 1990.
Hoge Raad
Belanghebbende was bestuurder en aandeelhouder van meerdere besloten vennootschappen die gezamenlijk een commanditaire vennootschap (CV) oprichtten voor de realisatie van een appartementencomplex. De CV deed aangifte omzetbelasting over het vierde kwartaal van 2008, maar betaalde de verschuldigde belasting niet. De ontvanger stelde belanghebbende aansprakelijk voor de betaling van de naheffingsaanslag op grond van artikel 33 van Pro de Invorderingswet 1990.
Na bezwaar en beroep bij de rechtbank en het gerechtshof werd de aansprakelijkstelling bevestigd. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het hofarrest, stellende dat de ontvanger het zorgvuldigheidsbeginsel had geschonden door hem aansprakelijk te stellen zonder eerst andere vennootschappen aansprakelijk te stellen volgens artikel 36b IW 1990.
De Hoge Raad oordeelde dat de aansprakelijkheidsregelingen in artikel 33 en Pro 36b IW 1990 zelfstandige regelingen zijn die los van elkaar staan en dat de ontvanger niet verplicht is een bepaalde volgorde aan te houden bij aansprakelijkstelling. Het betoog dat het zorgvuldigheidsbeginsel een gunstigere positie voor belanghebbende vereist, werd verworpen. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt de aansprakelijkstelling van belanghebbende.