ECLI:NL:HR:2002:AE5152
Hoge Raad
- Cassatie
- G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid voor loonheffing en premies werknemersverzekeringen na faillissement onderaannemer
De zaak betreft de vraag of de bestuurder van een failliete onderaannemer aansprakelijk kan worden gesteld voor door de aannemer betaalde naheffingsaanslagen loonheffing en premies werknemersverzekeringen. De onderaannemer was failliet verklaard en had de verschuldigde belastingen en premies niet voldaan. De aannemer, hier de Woningstichtingen, had deze bedragen betaald en zocht verhaal op de bestuurder van de onderaannemer.
De Rechtbank wees de vorderingen af, onder meer omdat de onderaannemer tijdig melding van betalingsonmacht had gedaan en er onvoldoende bewijs was van onbehoorlijk bestuur. Het Hof Amsterdam oordeelde anders en stelde de bestuurder aansprakelijk op grond van onbehoorlijk bestuur, mede gebaseerd op het ontbreken van de jaarrekening 1991 volgens art. 2:248 BW Pro.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof omdat het Hof ten onrechte art. 2:248 BW Pro toepaste op de bestuurdersaansprakelijkheid die geregeld is in de Coördinatiewet Sociale Verzekering en de Invorderingswet 1990. Volgens de Hoge Raad moet de aansprakelijkheid worden beoordeeld binnen het kader van deze wetten en niet volgens het strengere faillissementsrecht. De zaak wordt verwezen naar het Hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het Hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.